Direct naar inhoud

Volautomatisch geproduceerd. Artikelen op Nosgemist worden door AI uit buitenlandse bronnen vertaald en herschreven, zonder menselijke redactie. Lees de disclaimer en de transparantiepagina voor de werkwijze.

nieuwe artikelen
Nederland bezit voor 80 miljard euro goud. Maar schatkistbewaarder Heinen kan er niet bij. Zegt hij. Daar stinkt iets.
Politiek Wynia's Week 🇳🇱

Nederland bezit voor 80 miljard euro goud. Maar schatkistbewaarder Heinen kan er niet bij. Zegt hij. Daar stinkt iets.

Nederlandse politici twijfelen aan de veiligheid van 80 miljard euro Nederlands goud dat deels in de Verenigde Staten is opgeslagen. Minister Heinen wijzigt zijn antwoorden op kritische vragen over de locatie van de goudreserves.

3 min Wynia's Week (NL) 👁 8 centrum-rechts-heterodox

Goud, goud, goud. Nederland bezit voor ongeveer 80 miljard euro goud. Bijna een derde daarvan is opgeslagen in de Verenigde Staten.

Hoe veilig is dat nog?

President Donald Trump voert een politiek die Europese landen niet de indruk geeft dat zij bondgenoten zijn. Importheffingen. Dreigementen om de NAVO te verlaten. Om Groenland in te lijven. Wetgeving en wetsontwerpen die ons industriële paradepaardje ASML dwarszitten.

Rechtse hobby?

Het is derhalve logisch dat Tweede Kamerleden de veiligheid van onze goudvoorraad agenderen. Tony van Dijck (PVV), Pepijn van Houwelingen (FVD) en Mona Keijzer (ex-BBB, nu onafhankelijk lid) zijn hierover de laatste tijd in de clinch gegaan met minister Eelco Heinen van Financiën (VVD). Je zou bijna denken dat goud een rechtse hobby is. In debatten hierover kan Heinen overigens zo nu en dan kribbig reageren.

Allereerst: ons goud, waar ligt het?

De Nederlandse voorraad goud is 612,5 ton. Daarvan ligt 31 procent in het zogeheten Cash Center van De Nederlandsche Bank in Zeist. Het overgrote deel wordt overzee bewaard. Bij de Canadese centrale bank in Ottawa ligt 20 procent. Dat heeft een historische reden: het goud is er voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog gestald en daar gebleven. Leuk om te weten: Canada bezit zelf sinds 2016 geen officiële goudvoorraad meer.

Fort Knox

Bij de Bank of England ligt 18 procent en in de VS 31 procent. De vier locaties zijn volgens Heinen gekozen vanwege risicospreiding, liquiditeit en veiligheid.

Het is verleidelijk om bij de goudvoorraad en Verenigde Staten onmiddellijk te denken aan Fort Knox… Het kluizencomplex in Kentucky. Wereldberoemd, mede dankzij de James Bond-film Goldfinger. In Fort Knox ligt ongeveer de helft van de Amerikaanse goudvoorraad, maar Fort Knox duldt geen buitenstaanders.

Ons goud ligt bij de Federal Reserve Bank op Manhattan, New York. Wie daar een film bij wil denken: Die Hard with a Vengeance, met onder meer Bruce Willis in de hoofdrol. Plot: boevenbende verschaft zich toegang tot de kluizen en voert het goud in kolossale kiepwagens af. Het personage van Willis zorgt voor de goede afloop.

Goud van de buren

Tientallen landen hebben een ondergrondse safe bij de Fed op Manhattan. In Londen zouden meer dan zestig centrale banken goud hebben gestald.

Zij vinden de locaties veilig én praktisch. New York en Londen zijn centra van de goudhandel. Landen die goud willen (ver)kopen informeren bij de kluis van hun buren en bij overeenstemming hoeft het goud New York of Londen niet eens te verlaten. Handig. Alleen koopt of verkoopt Nederland al dertig jaar geen goud meer. 'De goudvoorraad van DNB wordt passief beheerd', schrijft de centrale bank in haar jaarverslag 2025.

Risicospreiding is een ander argument. Maar welke risico's? Kennelijk wordt een Russische inval in West-Europa waardoor het goud gevaar loopt geloofwaardiger gevonden dan de grillen van Trump die mogelijk ons goud in gijzeling neemt.

Repatriëren

Vorig jaar diende PVV-Kamerlid Tony van Dijck een motie in die vroeg om het repatriëren van de Nederlandse goudvoorraad uit de VS. Hij kreeg steun van de fracties van PVV, FVD, BBB, Partij voor de Dieren en de SP. 43 zetels, motie verworpen. Goud brengt politieke tegenpolen samen.

Vijf weken geleden was het Mona Keijzer die vragen stelde aan minister Heinen en om een regeringsbrief over het onderwerp vroeg.