Duitsland werkt koortsachtig aan zitting in VN-Veiligheidsraad
Duitsland probeert zich deze week een plaats als niet-permanent lid in de VN-Veiligheidsraad veilig te stellen. Duitse diplomaten voeren intensieve campagne, maar de concurrentie is sterk.
Op de deur van Florian Laudi op het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken in Berlijn hangt een A4-blad met één datum: 3 juni 2026. Hij werkt al meer dan vier jaar naar deze dag toe. Laudi is gezant voor de Verenigde Naties, en zijn belangrijkste missie luidt: een schande voor Duitsland af te wenden.
Tot volgende woensdag, 3 juni, heeft hij daar nog tijd voor. Dan stemt de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York over wie als niet-permanent lid in de Veiligheidsraad komt, de Raad der Mogendheden. Duitsland is ervan overtuigd dat het daar thuishoort – als groot land dat de op regels gebaseerde wereldorde verdedigt, het internationale recht predikt en veel geld uitgeeft, over de hele wereld en ook voor de Verenigde Naties. Maar niet altijd stemt de ambitie overeen met de werkelijkheid. Deze keer is er sterke concurrentie. Duitsland zou kunnen falen.
In de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft elk van de 193 lidstaten één stem, ongeacht grootte of macht. Wil Duitsland in de Veiligheidsraad, dan moet het om elk land werven. Begin 2022 werd Florian Laudi gevraagd deze verkiezingscampagne te coördineren. Dat bezorgde hem een slapeloze nacht. "Het zag er toen niet goed uit, we hadden veel meer afzeggingen dan toezeggingen," zegt Laudi. Hij aanvaarde de taak toch.
Inmiddels zijn Laudi en de Duitse diplomatie in de eindfase. In de afgelopen maanden heeft de F.A.Z. hen kunnen volgen en zo inzicht gekregen in een ingewikkeld spel dat meestal achter gesloten deuren plaatsvindt. Het is een spel met diplomatieke nota's, wervingsgesprekken, een geven en nemen met afspraken waarvan na de verkiezing misschien nog onduidelijk is of ze werkelijk zijn nagekomen. "Bij dergelijke verkiezingscampagnes zijn er ups en downs, fases met successen en teleurstellingen," zegt diplomaat Laudi. "Het is vakwerk, we houden getallen bij. En we werven om stemmen tot het einde toe."
Ook Laudi's chef, Johann Wadephul, doet mee aan dit getallenschuiven sinds hij ruim een jaar geleden minister van Buitenlandse Zaken werd. Hij maakte nauwelijks een reis waarop reclame voor de Duitse kandidatuur niet op zijn sprekersnotities voorkwam. Mocht Duitsland niet worden gekozen, dan zal men redenen voor het falen vinden die niets met hem te maken hebben. Het gezicht bij de schande zal toch het zijne zijn. Niet in het minst omdat hij woensdag bij de Verenigde Naties aanwezig zal zijn wanneer de beslissing valt.
Eind april zit Johann Wadephul in de regeringsvliegtuig, in een stoel in zijn cabine helemaal voorin de A350. Onder Wadephul ligt de Atlantische Oceaan, en voor hem liggen 36 uur New York, 36 uur Verenigde Naties en 36 uur reclame maken voor Duitsland. Wadephul zegt dat hij de kernpunten van de Duitse candidatuur inmiddels zo goed uit het hoofd kent dat hij niet meer naar zijn notities hoeft te kijken. Het gaat vanzelf, zodat hij met bijna niemand meer spreekt zonder op een gegeven moment ook op de kandidatuur voor de Veiligheidsraad uit te komen.
Waarom de verkiezing hem zo belangrijk is, legt Wadephul zo uit: "We willen meer internationale verantwoordelijkheid nemen, en het essentiële orgaan waarin wereldpolitiek wordt besproken en geformuleerd, is de VN-Veiligheidsraad." Onder een permanente zitting was regelmatige deelneming als niet-permanent lid de weg die men voor zich had uitgestippeld. Sinds de jaren tachtig had Duitsland het elke acht jaar in de Veiligheidsraad gehaald.